De Koranlezers
De Koran werd doorgegeven door recitatie, van leraar op leerling, in ononderbroken ketens. Ibn Mujāhid (overl. 324 n.H.) legde zeven lezingen vast waarvan de ketens en het Arabisch boven twijfel stonden; later werden er nog drie bij gerekend, zodat het er tien werden. Elke lezer is bekend via twee overleveraars (rāwīs). Het grootste deel van de moslimwereld leest nu volgens Ḥafṣ van ʿĀṣim; in Noord- en West-Afrika leest men Warsh en Qālūn van Nāfiʿ.
De grote overleveraars
De Metgezellen via wie de meeste hadith ons bereikten, met het aantal overleveringen dat de geleerden voor elk tellen (de aantallen zijn van Baqī ibn Makhlad, zoals vermeld door Ibn Ḥazm en al-Dhahabī; herhalingen meegeteld).
De Opvolgers
De Tābiʿūn ontmoetten de Metgezellen en droegen hun kennis over aan de volgende generatie: de zeven juristen van Medina, de leerlingen van Ibn ʿAbbās in Mekka, van Ibn Masʿūd in Kufa, van Anas en Abū Mūsā in Basra.
De vier imams
Abū Ḥanīfa, Mālik, al-Shāfiʿī en Aḥmad ibn Ḥanbal: de soennitische wereld volgt hun rechtsscholen tot op vandaag. Abū Ḥanīfa en Mālik leerden van de Opvolgers; al-Shāfiʿī studeerde bij Mālik, en Aḥmad bij al-Shāfiʿī.
De meesters van de hadith
Zij die de uitspraken van de Profeet ﷺ verzamelden, schiftten en optekenden: van Sufyān al-Thawrī en Shuʿba tot al-Bukhārī, Muslim en de auteurs van de Sunan.